Chemo en zout

 

Kan een tijdelijke zoutverhoging in het bloed voorafgaande aan chemotherapie het voortijdig overlijden van een deel van de uitbehandelde kankerpatiënten voorkomen?

Eén van de voornaamste redenen dat kankerpatiënten wordt verteld dat zij aan hun ziekte zullen overlijden is dat de tumorcellen niet of niet meer op de toegediende chemo of chemo’s reageren. Deze tumorcellen zijn zo agressief dat zij de chemo niet of niet meer uit het bloed opnemen. De mogelijkheid om cellen te dwingen om stoffen uit de omgeving op te nemen is in het laboratorium aangetoond. Dankzij deze methode kan DNA-schade van cellen worden hersteld. In het laboratorium is eveneens aangetoond dat deze techniek ook kan worden toegepast om agressieve tumorcellen te dwingen de chemo wél op te nemen. Deze techniek wordt (nog) niet voor kankerpatiënten aangewend.

Voor een aantal van de 45.000 Nederlanders die jaarlijks aan de gevolgen van agressieve tumoren overlijdt kan de volgende mogelijkheid misschien een voortijdig overlijden voorkomen. Onderzoekers van het Hubrecht Institute voor ontwikkelingsbiologie in Utrecht presenteerden in 2015 een belangrijke bevinding in het gezaghebbende blad Cell.
“Deze onderzoekers hebben bij toeval een nieuwe manier ontdekt om gereedschap in een cel te krijgen, waarmee ze eenvoudig DNA kunnen veranderen. Een van de toepassingen voor deze technologie is het naar binnen loodsen van enzymen die het DNA kunnen veranderen, bijvoorbeeld om genetische defecten te herstellen. Door keukenzout toe te voegen maken ze de cellen dorstig. Het toegediende zout ontrekt water aan de cellen, waarna die als een droge spons het water uit hun omgeving opnemen, inclusief de zich daarin bevindende eiwitten om de DNA- schade te herstellen. De methode komt erg goed van pas, omdat deze perfect te combineren is met een pas ontwikkelde methode om DNA te wijzigen. Nadeel van de methode was dat het benodigde gereedschap zich heel moeilijk de cel in laat loodsen. Dat probleem is nu dus opgelost,” aldus de hoofdonderzoeker.

Dit in 2015 bij toeval ontdekte effect van extra zout bij een gewenste sterkere opname van stoffen in de cellen werd tien jaar eerder in 2005 op mijn verzoek in een Duits laboratorium vastgesteld. Om de weerstand van agressieve tumorcellen tegen het opnemen van chemo’s met behulp van extra zout ongedaan te maken verzocht ik een Duitse onderzoeker om deze mogelijkheid te testen. Voorafgaand aan een behandeling met chemotherapie kan in het laboratorium vastgesteld worden welke van de aangewezen soorten chemo’s het grootse tumordodende effect voor de individuele patiënt kan hebben. Deze testmogelijkheid bestaat al vele jaren en wordt uitgevoerd met tumorcellen van de patiënt die met behulp van een biopt uit een tumor worden verkregen. Deze tumorcellen worden ondergebracht in de beschikbare chemo’s. Dezelfde testen werden eveneens uitgevoerd met extra zout.

Onderstaande grafieken van patiënt 1 en 2 geven objectief de verschillen in de mate van agressiviteit weer. Deze tumorcellen lijken onder de microscoop vergelijkbaar, maar kunnen in werkelijkheid sterk in agressiviteit verschillen.

figuur 1

Het percentage dode tumorcellen in de geteste soorten chemo’s moet zich in ieder geval tussen de stippellijnen bevinden om een effectieve sterfte van tumorcellen te realiseren.
De borsttumorcellen van patiënt 1 zijn weliswaar kwaadaardig maar niet agressief en zullen door een behandeling met een van deze of een combinatie van deze chemo’s vernietigd kunnen worden.
De borsttumorcellen van patiënt 2 hebben wel een hoge mate van agressiviteit en zijn daardoor niet gevoelig voor deze soorten chemo’s. Dit is een verklaring waarom patiënten met onder de microsoop vergelijkbaar uitziende borsttumorcellen na behandeling met chemotherapie wel of niet kunnen overleven. Dit kan uiteraard ook voor andere tumorsoorten gelden.

Aan de soorten chemo’s waarin de tumorcellen werden ondergebracht werd zout toegevoegd. Dat cellen actiever stoffen uit de circulatie opnemen als de zoutconcentratie tijdelijk wordt verhoogd wordt tijdens de opleiding tot arts al onderwezen. De verwachting van deze testen was dan ook dat door de soorten chemo’s met een verhoogde zoutconcentratie te combineren de tumorcellen gedwongen zouden worden om de chemo’s voldoende op te nemen. Dit effect bleek zo sterk dat 25% van de normale dosering voldoende was om ook de resistente tumorcellen van patiënt 2 uit te schakelen.

Onderstaande grafieken van patiënten 1 en 2 geven het sterke tumordodende effect van slechts 25% van de normale dosering chemo's in combinatie met extra zout weer.

figuur 2

figuur 3

Vooropgesteld dat resultaten uit het laboratorium en resultaten met dierproeven niet zonder meer naar de resultaten in het menselijk lichaam kunnen worden vertaald zijn resultaten van laboratorium onderzoeken door de medische wetenschap geaccepteerd als uitgangspunt voor onderzoek en behandelingen bij de mens.

Is de toepassing van een tijdelijke zoutconcentratie in het bloed voorafgaande aan een behandeling met chemotherapie voor uitbehandelde kankerpatiënten veilig zodat het verwachte overlijden voor een aantal van hen misschien voorkomen kan worden?
Het enige wat daarvoor vastgesteld moet worden is of de benodigde tijdelijke verhoging van zout in de circulatie veilig voor de patiënt is. De behandelend arts van de patiënt kan dat vaststellen. Normaal bevindt zich 9 gram zout in een liter vocht dat de cellen omspoelt. Daardoor kunnen de cellen voedingsstoffen en geneesmiddelen uit dit vocht opnemen en hun afvalstoffen erin afgeven. Deze normale concentratie blijkt voor agressieve tumorcellen te laag om hen voldoende chemo op te laten nemen. Door de zoutconcentratie tijdelijk te verhogen wordt er meer vocht dan normaal uit de tumorcellen gezogen. Als reactie zullen de tumorcellen actiever het vocht met daarin onder andere de chemo opzuigen en zichzelf daardoor vernietigen. Hoewel ook normale cellen door chemotherapie schade kunnen oplopen worden deze middelen met name opgenomen door de snel delende tumorcellen.

In 1971 publiceerde het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde een onderzoek waarmee men wilde vaststellen of een tijdelijke verhoging van zout in de circulatie effecten had op de werking van de nieren bij een verhoogde bloeddruk ten opzichte van een normale bloeddruk. Wat bruikbaar in dit voorstel is om de zoutconcentratie bij uitbehandelde kankerpatiënten tijdelijk te verhogen is dat de onderzochte verhoging veilig bleek te zijn.

Een korte uitleg over de verhoging van de zoutconcentratie:
De gemiddelde hoeveelheid vocht in het lichaam dat zich binnen en buiten de cellen bevindt is ongeveer 42 liter. Dit is onderverdeeld in 15 liter vocht buiten en 27 liter vocht in de cellen.
Tijdens het onderzoek bij patiënten met een verhoogde bloeddruk ten opzichte van een normale bloeddruk werd 300 milliliter vocht met daarin ongeveer 15 gram zout aan het 15 liter circulerend vocht, zoals bloed dat de cellen omspoelt, toegevoegd. De zoutconcentratie in het bloed werd daardoor tijdelijk van 9 naar 10 gram per liter verhoogd. Deze verhoging wordt na een aantal uren door het lichaam naar 9 gram per liter teruggebracht.
Het extra opgenomen zout wordt door de nieren uit het bloed gefilterd en door de patiënt via de blaas uitgescheiden. Het is zeer bruikbaar dat deze zoutverhoging relatief (enkele uren) van korte duur is. Zodra de tumorcellen de chemo uit het circulerende bloed hebben opgenomen is de verhoging namelijk niet meer nuttig.

Uiteraard kan de behandelend arts van de uitbehandelde patiënt bepalen of hij of zij voor een dergelijke verhoging in aanmerking komt.
Er zit een bovengrens aan het verhogen van de zoutconcentratie in het lichaamsvocht, zoals het bloed. Anesthesisten en nierspecialisten zullen met hun kennis op dit gebied naar verwachting een belangrijke inbreng kunnen hebben. Misschien is een tijdelijk sterkere verhoging van de zoutconcentratie naar meer dan 10 gram nodig. Het kan ook blijken dat een mildere verhoging dan 10 gram per liter voldoende is.

Of een voortijdig overlijden te voorkomen is en hoe groot de kans is werd nog niet aangetoond en zal per patiënt kunnen verschillen.
Als de wil er is om deze mogelijkheid toe te passen dan zijn de kennis en de mogelijkheden van artsen daarvoor beschikbaar. De behandelend arts van een uitbehandelde patiënt kan uiteraard zelf bepalen hoe deze mogelijkheid toegepast kan worden. Dit onderstaande voorstel is dan ook niet voor behandelend artsen bedoeld maar voor de lezers van deze informatie om hen een indruk te geven hoe deze mogelijkheid zal kunnen worden toegepast.

Indien er geen medische redenen zijn om een tijdelijke verhoging van de zoutconcentratie af te wijzen dan kan er een injectie of een infuus met daarin een verhoogde zoutconcentratie worden toegediend. Na enige tijd kan vastgesteld worden of deze verhoging voor deze patiënt veilig is. Vervolgens kan een voor deze soort kanker (mogelijk al eerder zonder succes) toegediende chemo in een lage concentratie worden toegediend. Kort voorafgaande aan deze toediening kan er vocht met daarin een sterke zoutconcentratie worden toegediend. Door het tijdelijk verhogen van de zoutconcentratie zullen de tumorcellen vocht verliezen en zoals eerder vermeldt het voor hen benodigde vocht met daarin de chemo actief opzuigen. Het gemakkelijk binnendringen is de reden dat er minder chemo nodig is. Patiënten krijgen in het algemeen voorafgaande en tijdens het inlopen van de chemo een zoutinfuus zodat dit tot verwarring kan leiden. De zoutconcentratie in dit infuus is echter 9 gram per liter zoals de normale zoutconcentratie is en kan de gewenste zoutconcentratie niet tijdelijk verhogen.

Dankzij de PET/MRI-scan waarmee bijvoorbeeld prof. Guus van Dongen onderzoek doet, zal deze toepassing objectief door de arts en indien gewenst ook door de patiënt kunnen worden gevolgd. Professor van Dongen, hoogleraar medische, beeldvormende technieken aan het VUmc in Amsterdam verklaarde in een interview in 2012 onder andere: “Met de PET/MRI-scan kunnen we direct zien of het medicijn de tumor bereikt en erin doordringt”, aldus de hoogleraar. “Zo niet, dan kunnen we meteen een ander medicijn inzetten.”
“Naast het meten van het effect van de behandeling kan ook de dosering van het geneesmiddel met het apparaat beter op de persoon worden afgestemd. Voor de patiënt is dit een zegen.” Hopelijk is de bereidheid er om uitbehandelde kankerpatiënten met een nog redelijke conditie deze mogelijkheid te bieden.

Een andere mogelijkheid voor uitbehandelde kankerpatiënten.
Een behandelend arts kan overwegen om tumorweefsel met de onschadelijk gemaakte virussen van de griepprik te injecteren. De afweercellen van kankerpatiënten reageren op deze onschadelijke virussen als zij in spierweefsel worden geïnjecteerd. De kans bestaat dat de afweercellen zich ook tegen deze virussen keren als zij in of nabij tumorweefsel zijn geïnjecteerd. Met andere in of nabij tumorweefsel geïnjecteerde virussen is aangetoond dat naast het aanvallen van de virussen ook de tumorcellen kunnen worden vernietigd.
Voor meer informatie zie de tab 'Griepprik' op deze site.

Disclaimer
De op deze site vermelde informatie is bedoeld voor kankerpatiŽnten en hun naasten om deze met de behandelend arts door te spreken. Samen met hem of haar kunnen eventuele mogelijkheden worden overwogen.